Voedselencyclopedie

inhoud

Recept: aubergine-tomatenschotel

Tijm1

Ingrediënten (voor 2 personen)

- olijfolie
- 1 middelgrote aubergine
- 3 tomaten
- 1 teen knoflook
- zout
- peper
- tijm

Bereiding

Was de aubergine en snijd ‘m in schijfjes of in plakken. Bak deze in een flinke hoeveelheid hete olie totdat hij zacht en sappig is.

Voeg het gehakte teentje knoflook, peper, zout, tijm en de in stukjes gesneden tomaten toe.

Dek de pan af en laat het lekker pruttelen, ongeveer 15 tot 25 minuten.

Serveersuggestie

Serveren met rijst en vegetarische gyros.

Dieren eten

categorieën: Bio industrie, boeken, Vlees en veeteelt

dieren_eten

Titel: Dieren eten
Auteur: Jonathan Safran Foer
Uitgever: Ambo
Oorspronkelijke titel: Eating Animals
Oorspronkelijke uitgever: Little, Brown
Vertalers: Otto Biersma en Onno Voorhoeve
ISBN: 978 90 263 2273 0 (gebonden)
ISBN: 978 90 263 2167 2 (paperback)

Recensie

Aanleiding

Jarenlang was Jonathan Safran Foer op en af vegetariër. Morele bezwaren en emoties deden ‘m stoppen met het eten van vlees terwijl culturele en sociale aspecten (wat ook emoties zijn) hem hier weer mee deden beginnen.
Toen kreeg hij een zoon en werd de kwestie van voeding een stuk belangrijker. De verantwoordelijkheid voor zijn kind dreef hem ertoe uit te willen zoeken waar het eten waarmee hij zijn zoon voedde vandaan kwam, en wat het eigenlijk precies was. Vooral vlees was daarbij een belangrijk, want beladen, iets. In zijn zoektocht kwam al snel de bio-industrie naar voren als leverancier van vrijwel al het vlees en andere dierlijke producten in Amerika (net als in Europa het geval is (MV)).

Verhalen

Meer dan een pleidooi voor het vegetarisme is dit boek een aanklacht tegen de bio-industrie. Tegen de manier waarop met dieren omgegaan wordt. Hoe ze gemarteld, mishandeld, opgesloten, verminkt en tenslotte vermoord worden. De feiten vormen een belangrijk deel van dit boek, maar meer nog is deze auteur een schrijver van verhalen. Dat hij dat goed kan heeft hij al eerder bewezen in zijn bestsellers Alles is verlicht en Extreem luid & ongelooflijk dichtbij. En hoewel dit boek geen fictie is worden er toch verhalen verteld. Verhalen van een dierenrechtenactivist, van een bio-industrieboer, een vegetarische veehouder, een PETA-activist en een veganist die slachthuizen bouwt. Verhalen over families en thanksgiving-diners, over zijn eigen geschiedenis en de geschiedenis van de mens. Over het delen van voedsel als sociale en culturele verbinding tussen mensen.

Maar ook over kalkoenen en andere vogels die zo doorgefokt en genetisch gemanipuleerd zijn dat ze niet meer in staat zijn zich voort te planten, niet meer op hun poten kunnen staan, niet meer kunnen vliegen (alsof ze daar de ruimte voor zouden hebben), nooit ouder worden dan een paar weken.
Die alleen gefokt worden op nuttige eigenschappen, zoals zo min mogelijk voer nodig hebben en tegelijkertijd zo snel mogelijk groeien, met name het borstvlees, of zoveel mogelijk eieren kunnen produceren.
Over de kip van de toekomst en de hedendaagse praktijk, waarbij duizenden kippen opgesloten zitten in schuren waar ze allemaal een oppervlakte van minder dan één A-viertje tot hun beschikking hebben. Waarbij ze op spijlen staan waar hun poten omheen groeien.

Over dieren die hun hele korte leven antibiotica, hormonen en medicijnen krijgen omdat ze ziek zijn. En over kweekvissen (onderwater bio-industrie) en de bijvangst van miljoenen zeedieren in de visserij. Over de gigantische hoeveelheden mest die het land en het water vervuilen, die de gezondheid van omwonenden bedreigen en een verschrikkelijke stank verspreiden.

Feiten

De bio-industrie heeft niets meer te maken met de landbouw en de voedselvoorziening zoals die honderden jaren lang bestaan heeft. ‘Er zijn zelfs praktisch geen boeren meer maar vrijwel alleen nog maar beursgenoteerde bedrijven die door hun aandeelhouders verplicht worden de winst te maximaliseren. Het gaat niet meer om het voeden van de bevolking maar om het verdienen van geld, steeds meer.’ Dit is geen landbouw meer maar, inderdaad, industrie.

Foer vergelijkt de bio-industrie met oorlog. ‘We hebben oorlog gevoerd, of eigenlijk hebben we een oorlog laten voeren tegen alle dieren die we eten.’ ‘De bio-industrie is eerder een bepaalde manier van denken dan een manier van doen: beperk de productiekosten tot het absolute minimum en negeer of verplaats systematisch de kosten van milieuvervuiling, menselijke ziektes en dierenleed.’ De intensieve visserij behoort tot dezelfde categorie.

De meeste van deze feiten zijn al min of meer bekend bij veel mensen, maar de manier waarop het hier opgeschreven staat vervulde mij met afgrijzen, terwijl ik toch best al wat weet en gelezen heb hierover. Het kostte mij af en toe echt moeite om door te lezen. Het doet denken aan horror, maar het is erger want je weet dat het echt is en dat het dagelijkse praktijk is. Dat vrijwel iedereen er aan bijdraagt door de producten uit deze mens- en dieronterende industrie te kopen. Dat deze ellende in stand gehouden en zelfs beloond wordt doordat mensen te beroerd zijn om een fatsoenlijke prijs voor voedsel te betalen, dat mensen liever onwetend zijn, hun kop in het zand steken dan nadenken. Maar er is nu geen excuus meer om te zeggen dat je het niet wist. Het is niet langer onwetendheid maar onverschilligheid die deze ellende in stand houdt.

Vragen

Naast het vertellen van verhalen stelt de auteur ook vragen: Hoeveel leed is je voedsel waard? Welke weg kies je? Hoe voed je je kinderen (op)? Welke keuzes maak je?
Vragen waar niet altijd een direct antwoord op komt maar die zeker aanzetten tot nadenken.

Conclusie

Ik kan me maar moeilijk voorstellen dat iemand na het lezen van dit boek nog vlees (dieren) eet. En diegene die dat wel doet zal heel wat meer weg moeten slikken dan dat lekkere hapje.