Voedselencyclopedie

inhoud

Recept: couscous lente-salade

Munt2

Het eind van de winter en het begin van de lente was vroeger, toen mensen nog afhankelijk waren van hun zelfverbouwde en bewaarde voedsel, de periode waarin het meeste honger werd geleden. De voorraden knollen en wortels raakten op, of waren dusdanig verschrompeld en/of uitgelopen, dat ze niet meer te eten waren - maar nieuwe verse groente was er nog niet. Terwijl er juist in dit seizoen veel behoefte is aan verse vitaminen.

Die kunnen gevonden worden in al het eetbare blad en spriet dat nu supersnel opkomt.
Tegenwoordig is dit allemaal veel makkelijker, omdat er altijd van alles te krijgen is. Maar toch is het vanuit diverse standpunten (duurzaamheid, groenten uit het seizoen, voedsel zonder transportkosten) goed om hier af en toe bij stil te staan, en hier iets mee te doen.

Iedereen die een tuin of balkon heeft kan daar van alles vinden of zaaien. Ook binnen in potten kan een hoop gekweekt worden. Vooral kruiden en slasoorten zijn geschikt.

Ingrediënten

(voor 2 personen)
- 100 gram cous cous (droog)
- 2 handjes walnoten (gepeld)
- een flinke scheut walnotenolie

Van onderstaande bladeren ongeveer 2 handen vol per persoon, neem wat je lekker vindt en wat je tot je beschikking hebt:
- zuring
- spinaziezuring
- jong paardebloemblad (molsla)
- pluksla
- venkelgroen
- kleine pimpernel
- munt

Onderstaande kruiden naar smaak en beschikbaarheid toevoegen:
- bies- of kraailook
- madeliefjes (meizoentjes) (de kopjes) om mee te garneren
- knoflookuitlopers (zie tweedehands groenten)
- tuinkers
- zout
- peper

Bereiding

Kook of stoom de cous cous volgens de aanwijzingen op de verpakking. Af laten koelen en in een schaal doen.

Was al het blad voorzichtig. Grote bladeren in stukken scheuren.
De walnoten in kleine stukken breken.
Alles bij de cous cous doen, de olie toevoegen en voorzichtig omscheppen tot alles goed gemengd is.

Serveersuggestie

Dit gerecht kan als bijgerecht gegeten worden, maar ook als op zichzelf staand gerecht. Bijvoorbeeld als lunch. Het blijft goed van smaak en kan dus ook meegenomen worden voor een picknick ofzo.

Divine Pig, Goddelijk varken

categorieën: films, Vlees en veeteelt

Subtiel onderzoek naar de complexe verhouding tussen mens en varken, dat begint met de geboorte van een schattig klein biggetje. Of Dorus aan het einde van de film nog leeft, is de vraag. Zijn eigenaar, Gerard Zwetsloot, is namelijk slager.

De film laat zien hoe hij het zwijn met veel liefde en toewijding grootbrengt, met als doel het in de slagerij te verkopen. Veel dorpsbewoners waarderen dit initiatief: wat is er nu beter (en lekkerder) dan een varken dat lang en zonder stress heeft geleefd? Anderen gruwen er juist van. Zij hebben de twee voorgangers van Dorus gekocht en van de dood gered. Stiekem hoopt Zwetsloot dat ze dat weer zullen doen.

Regisseur Hans Dortmans gebruikt nietsverhullende beelden uit zijn kindertijd, van de jaarlijkse slacht door zijn vader en opa. Anno nu filmt hij zijn ouders terwijl ze zelf worst maken. Hun houding tegenover varkens is nuchter, net als die van een expert in xenotransplantatie. Daar zet Dortmans een gelovige wetenschapper en een Palestijnse moslima tegenover, die varkens allebei onrein vinden. Hij zoekt zonder succes naar een wetenschappelijk onderbouwing hiervoor. Het trekken van conclusies laat Dortmans aan de kijker. Het scenario is ontwikkeld tijdens de IDFA Documentary Workshop 2007.

Bron

- IDFA