Voedselencyclopedie

inhoud

Recept: hachee met seitan

Ingrediënten

uien
kruidnagel
laurier
paprikapoeder
peper
zout
seitan
meel
bouillon (een blokje of poeder opgelost in heet of kokend water)
scheut diksap of balsamico-azijn
evt. plantaardig juspoeder

Bereiding

Veel uien bakken, in olie in een hoge (braad)pan. Niet op het hoogste gas, maar langzaam bruin laten worden. Knoflook erbij doen en mee laten bakken. Pas op dat het niet aanbrandt, knoflook doet dat snel als je het vuur te hoog hebt staan. De kruiden toevoegen.

Ondertussen in een andere pan de kleingesneden seitan bakken op een hoog vuur. Blijven roeren tegen het aanbranden.
De seitan bij de uien doen. Meel eroverheen strooien. Niet te veel. Goed doorroeren en dan de bouillon en diksap of balsamico-azijn toevoegen.
Blijven roeren. Eventueel kan er, als het nog wat dun is, plantaardig juspoeder door gemengd worden. Op deze manier wordt het iets dikker en krijgt het nog meer smaak.

Serveersuggestie

Deze hachee is lekker als saus bij stamppot. Of met brood of rijst.

Filosofie voor een betere wereld

categorieën: boeken, filosofie

Filosofie_voor_een_betere_wereld

Recensie, door Rymke Wiersma

Auteur: Floris van den Berg
Uitgever: Atlas, Antwerpen/Amsterdam 2009

Op 12 december 2009, terwijl iedereen gespitst was op de klimaattop in Kopenhagen en de stemming strijdbaar en enigszins hoopvol was, vond in een rustig lokaal van de Universiteit van Humanistiek aan de Kromme Nieuwe Gracht in Utrecht, ik zou bijna zeggen in alle stilte, in elk geval met naar mijn idee veel te weinig publiek, een boekpresentatie plaats. Een boek waarvan ik bij voorbaat vond dat het veel meer aandacht verdiende. Alleen al door de titel: ‘Filosofie voor een betere wereld’, een titel die je niet meteen verwacht in de universitaire hoek. De schrijver, Floris van den Berg, filosoof en docent wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Utrecht, organiseerde eind jaren negentig een lezingencyclus van Studium Generale, met als thema Mens en Dier, waarvan ik indertijd geen avond gemist heb.

‘De Club van Rome heeft gelijk’, zo viel te lezen op de aankondiging van de presentatie, ‘als er niet snel drastische maatregelen getroffen worden om milieuproblemen aan te pakken, zal dat binnen afzienbare termijn leiden tot grote ecologische rampen. Het is daarom tijd, meer dan ooit, om niet de kop in het zand te steken en de mens-milieu- en de mens-dier-relatie grondig te herzien. Immers, de wereld kan prettiger, rechtvaardiger, mooier, gelukkiger, gezonder, vrijer, diervriendelijker, welvarender en duurzamer georganiseerd worden. Een groot probleem is de toekomst: wij ruïneren de aarde op ongekende schaal, en de limiet van de draagkracht zal spoedig bereikt zijn. Onze levensstijl zal daarom drastisch moeten veranderen.’

Voor de presentatie had Van den Berg twee mensen uitgenodigd die ik eveneens eerder gezien en gehoord had: onderwaterfotograaf Dos Winkel en ‘ecoveganist’ Joop Boer.

Vis

Dos Winkel liet een aantal van zijn prachtige foto’s zien (koraalriffen, vissen en andere zeedieren), waardoor extra duidelijk wordt hoe mooi alles is, was, zou kunnen zijn en kunnen blijven als mensen op zouden houden de zee leeg te vissen. ‘Wat is er mis met vis’ is de naam van zowel zijn lezing als van een boek dat hij maakte. Wat er mis is? Alles dus! Als mensen zo doorgaan zijn de zeeën over enkele decennia leeg. De zeeën worden leeggevist en vervuild op ongekend grote schaal. Stoppen met het eten van vis is ‘een gemakkelijke oplossing voor een ingewikkeld probleem’. Gemakkelijk klinkend dan, want voor veel mensen is het blijkbaar niet makkelijk in de praktijk te brengen. Of beseffen zij niet wat er aan het gebeuren is? De gigantische overbevissing. De vervuilende en dieronvriendelijke nepoplossing van de viskwekerijen. Het feit dat met sleepnetten enorme aantallen zeedieren over de kling gejaagd worden – het merendeel van de gevangen dieren is ‘onbruikbaar’ en wordt ‘dus’ dood of half dood terug in de zee gegooid. En de consument die ten onrechte aangepraat wordt dat het eten van vette vis nodig is voor de gezondheid, terwijl die stoffen prima uit andere voedingswaren gehaald kunnen worden. Vette vis is niet gezond, zegt Dos Winkel, het is je reinste vergif. Want in dat vet worden nu juist grote hoeveelheden gifstoffen uit de zwaar vervuilde zee opgeslagen.

Ecoveganist

Joop Boer maakt op velen indruk door zijn sobere, energievriendelijke manier van leven, en vooral door zijn – voor veel mensen bijna ongelooflijke – twee vuilniszakken per jaar. Hij is veganist, verbouwt groente, legt zonnepanelen op daken, schrijft artikelen over economie en duurzaamheid enzovoort. Ook Floris van den Berg raakte geïntrigeerd door de twee vuilniszakken en de andere keuzes, en gebruikt Joop in zijn boek als voorbeeld van hoe het anders en beter kan. Ook in zijn lezing op deze middag doet Van den Berg dat: ‘iedereen kent David Beckham, maar niemand kent Joop Boer’. En dat zou eigenlijk andersom moeten zijn, want qua levensstijl is het Joop Boer die laat zien welke richting we uit moeten.

Radicaal

In zijn praatje wordt al duidelijk dat Floris van den Berg radicale stellingnames niet uit de weg gaat. ‘Het is misdadig om vlees te eten’, en ‘vegetarisme is geen hobby maar een plicht’.
Natuurlijk koop ik het boek.
‘Bijna niets’, zegt de filosoof al in het eerste hoofdstuk, ‘van wat wij dagelijks doen kan een morele analyse doorstaan’. Het moreel doorlichten van de eigen levensstijl kan volgens hem dan ook leiden tot een verontrustende ervaring. Een grote drijfveer voor Van den Berg bij het schrijven van dit boek vormt de op handen zijnde ecologische crisis. Alle hens aan dek, zo is de teneur van het boek, het is tijd voor filosofen om zich eens op de huidige wereldbedreigende problemen te richten, en de geijkte filosofische vragen zoals ‘wat is kennis’ en ‘wat is de zin van het leven’ maar even te laten voor wat ze zijn. Waarom tot in den treure weer nieuwe monografieën maken over Plato, Nietsche en Derrida? Dat kan later wel weer, nu zijn er dringender zaken. ‘We staan voor het grootste probleem waarmee de mensheid ooit geconfronteerd is: de door mensen veroorzaakte verwoesting van het ecosysteem van de aarde. (…) Filosofen zouden zich en masse moeten inspannen om de milieucrisis te helpen oplossen.’

Door allerlei gedachte-experimenten te beschrijven maakt Van den Berg duidelijk dat hoe de maatschappij wordt ingericht in het belang van iedereen moet zijn. Stel je bent gehandicapt, of vrouw in een vrouwonvriendelijke maatschappij, of homoseksueel, of koffieboer, of bewoner van een derdewereldland, of je leeft over 500 jaar, of je bent een koe… Hoe had je dan de wereld ingericht willen zien? De lezer wordt uitgedaagd een maatschappij-inrichting te bedenken waarbij degenen met de meest kwetsbare positie zo goed en prettig mogelijk kunnen leven. Bij deze benadering hoopt Van den Berg op een paradigmaverschuiving: van uitgesproken kortetermijn antropocentrisme en preoccupatie met groei en consumentisme naar duurzaamheid en sociale rechtvaardigheid: een duurzame, groene, stationaire economie, waarin matige consumptie en vegetarisme/veganisme vanzelfsprekend zijn.

Al met al een boek waar ik erg blij mee ben. Jammer is wel dat voorbeelden van vrouwendiscriminatie steeds over vrouwen in moslimculturen gaan, alsof er in atheïstische of christelijke kringen geen seksisme meer bestaat. En waarom worden in het stuk over positieve en negatieve vrijheid wel het liberalisme en het (rechtse) libertarisme behandeld, maar niet het toch zo overduidelijk vrijheidlievende anarchisme? Ondanks die minpuntjes hoop ik dat het boek alsnog een bestseller gaat worden.

Deze recensie verscheen eerder in Buiten de orde.