Voedselencyclopedie

inhoud

Recept: paardebloemsalade met croutons oftewel pissenlit au croutons

Paardebloem

Een recept uit Lekker Landschap van Michiel Bussink

Ingrediënten

- paar handen vol paardebloembladeren
- 1 eetlepel rode wijnazijn
- 1/2 theelepel mosterd
- 150 gram croutons van oud brood
- 4 eetlepels olijfolie
- 1 teen knoflook
- paar sprieten bieslook of een paar blaadjes daslook
- peper en zout naar smaak

Bereiding

Was en droog de paardebloemblaadjes en scheur ze in stukken. Maak een dressing van de mosterd, olie, azijn, knof-, das en/of bieslook, peper en zout.

Meng de blaadjes, de dressing en de croutons. Als je het paardebloemblad te bitter vindt, voeg dan ander vers blad toe.

Dat laatste doe ik sowieso omdat ik het liefst veel soorten groenten eet.

Het dovemansorendieet

categorieën: Afvallen algemeen, boeken

hetdovemansorendieet

Auteur: Maarten ’t Hart
Uitgever: De Arbeiderspers
ISBN: 978 90 295 6581 3

Tekst op de achterflap:

Hoe komt het dat ’t Hart zijn hele leven broodmager is gebleven, terwijl hij een weergaloze schrokop is? Hoe at hij vroeger en hoe eet hij nu? Het komt allemaal aan bod in dit autobiografisch getinte, ludieke en goed onderlegde boek. Bestaat er behoefte aan het zoveelste boek over afslanken? Zeker, mits de onzin die er in deze materie gedebiteerd wordt, aan een grondig onderzoek wordt onderworpen. Onzin is de veronderstelling dat overgewicht een nieuw fenomeen is. Reeds in de negentiende eeuw besefte men dat vooral de overvloedige consumptie van koolhydraten verantwoordelijk was voor gewichtstoename. Onzinnig is het idee dat de sportschool een oplossing biedt voor overgewicht. Of de gedachte dat je zes tot acht glazen water per dag moet drinken. Misleidend zijn de rooskleurige toekomstvisioenen in dieetboeken, van het Atkinsdieet tot het Zonedieet. Maar misleidend is ook de bewering dat diëten niet werken, dat er altijd sprake is van een jojo-effect.
En een zinnige benadering? Wat opvalt in boeken over voedselopname is de geringe aandacht voor de stoelgang. ‘Overal mag ik in bijten, mits ik daarvan flink ga schijten,’ hoort ons uitgangspunt te zijn.