Voedselencyclopedie

inhoud

Recept: aardappels bakken

Aardappel

Aardappels kunnen op verschillende manieren gebakken worden. Ze kunnen rauw in hete olie gebakken worden of eerst een paar minuten gekookt, vervolgens afgegoten en dan gebakken worden. 
De meest gebruikte vorm is in schijfjes, maar als ze eerst gekookt worden kan je ze ook in vierkantjes of grove blokjes snijden (dit doen voor je ze kookt), en dan bakken. Op deze manier nemen ze minder ruimte in, in de pan.

Het lekkerste is het om de aardappels met schil te bakken maar dat is alleen aan te raden als ze nog niet oud en uitgelopen zijn. De uitlopers bevatten namelijk een giftige stof (solanine) die je beter niet teveel binnen kan krijgen. Dit is ook het geval als de aardappels groenig kleuren onder de schil, je kan ze dan beter wat dikker schillen.
Aardappelschillen worden ook wel los als een soort chips gefrituurd.

Zeer belangrijk bij het bakken is geduld, een grote pan met een dikke bodem en hete olie.

Het beste is het om elk schijfje of blokje op de bodem te leggen en ze stuk voor stuk om te draaien, dit gaat vanzelf als er een korstje op komt. Het vuur in het begin goed hoog houden om een lekker korstje te krijgen, daarna lager om de aardappels goed gaar te krijgen. Blijven omdraaien. Prik met een vork in één van de dikkere stukken om de gaarheid te testen.
Als de aardappels, vrijwel, gaar zijn kan je er eventueel andere (snelgarende) groenten zoals ui, spinazie, paprika, knoflook, kruiden (zout!) en wat je nog meer wilt, toevoegen om even mee te bakken. Zet het vuur dan hoog en blijf erbij om regelmatig alles om te scheppen.

Het lijkt moeilijk maar op deze manier moet het eigenlijk altijd lukken, zelfs in een pan zonder anti-aanbaklaag.

Recept: boffers

Boffers zijn een soort oud-Hollandse drie-in-de-pan pannekoekjes. Van boffers kan je er, afhankelijk van de dikte van het beslag en de grootte van de pan, twee, drie of vier tegelijkertijd in een pan bakken.

Ingrediënten

tarwemeel (gebuild of volkoren)
boekweitmeel
water
zout
wijnsteenbakpoeder of natriumbicarbonaat

appel
rozijnen
kaneel

rode ui
wortel
rode paprika
Provencaalse kruiden
andere groenten en kruiden naar smaak

olie

Bereiding

Maak een beslag van gelijke delen tarwe- en boekweitmeel. Water, zout en wijnsteenbakpoeder of natriumbicarbonaat erbij doen. Het beslag moet dikker zijn dan dat voor pannekoeken. Goed glad maken met een garde. Dan het beslag een tijdje, minimaal een half uur, laten rusten.

Rozijnen weken. Appels raspen of in hele kleine stukjes snijden.

De ui fijnsnijden. Wortel en paprika en eventuele andere groenten raspen of heel klein snijden.

Het beslag opnieuw kloppen, daarna verdelen over twee schalen. In de ene schaal de appel, rozijnen en kaneel toevoegen. Goed doorroeren. In de andere schaal de groente en kruiden erdoor roeren.

In een pan olie heet laten worden. Voor dit recept geen olijfolie gebruiken, maar een olie die goed tegen hitte kan, bv. frituurolie, wokolie of zonnebloemolie.

Twee, drie of vier schepjes beslag in de pan gieten zodat je twee, drie of vier boffers krijgt. Omdat het beslag dikker is dan pannekoekenbeslag moet je de boffers ook wat langer bakken om te zorgen dat ze helemaal gaar worden. Het gas eventueel wat lager zetten nadat je het beslag in de pan hebt gedaan. Af en toe omdraaien tot beide zijden mooi bruin zijn.

Serveersuggestie

De zoete boffers kunnen met boter, stroop of jam besmeerd worden. De hartige boffers hebben eigenlijk niets nodig maar wie dat lekker vindt, kan er uiteraard van alles op smeren wat ie wil.