Voedselencyclopedie

inhoud

Recept: appelmoes

Appel

Ingrediënten

- appels
- rozijnen
- diksap
- water
- kaneel

Bereiding

De appels schillen en in stukjes in een grote pan doen. Overige ingrediënten toevoegen naar smaak. Halverwege proeven of het zoet genoeg is, zo niet dan wat extra diksap en/of rozijnen er bij doen. Beter iets te veel water erbij dan te weinig. Het eventuele overblijvende vocht afgieten en warm opdrinken. Lekker!

Het inmaken

Alles wat je niet direct op gaat eten kan je lang bewaren met de volgende methode.
Glazen potten, goed schoon, vullen met kokend water. Deksel erop en op z'n kop zetten. Op deze manier wordt ook het deksel gesteriliseerd.

Na een aantal minuten de potten leeggooien (het water bewaren om mee af te wassen of het toilet te spoelen) en de nog hete appelmoes er in scheppen, met een lepel die ook in het kokend water, of in de pan met kokende appelmoes, ontsmet is. Pas op dat je niet de rand van de pot of de binnenkant ervan met je vingers aanraakt .Hetzelfde geldt voor het deksel. Het moet allemaal zo steriel mogelijk blijven.

De volle potten weer op hun kop zetten, nadat je het deksel er weer op gedaan hebt uiteraard, en af laten koelen.
Datum van vullen erop zetten en bewaren. Als het goed is kan je het wel een aantal maanden bewaren.

Vezels

categorieën: Brood, Gezond voedsel, lichaam, Over gewicht

nielsgroenten

Vezels, ook wel ruwe vezels of voedingsvezels genoemd, zijn altijd afkomstig van plantaardige voeding. Het zijn de koolhydraten die je niet kunt verteren, ze hebben dan ook geen voedingswaarde. Wat niet wil zeggen dat ze geen waarde hebben. Dat hebben ze juist wel. Door het eten van vezels ontstaat er meer ontlasting en het voedsel gaat sneller door je lichaam, daarom is er dus ook meer mogelijkheid om giftige stoffen af te voeren.
Waarschijnlijk verlaagt het eten van voldoende vezels (planten) het risico op darmkanker, zwaarlijvigheid, hartaandoeningen, darmziekten, aambeien, spastische darm, diabetes en meer vervelende ziekten en aandoeningen.

Het aanbevolen minimum aan vezels dat iemand dagelijks binnen zou moeten krijgen is 18 gram. Beter is het om meer te nemen.

Er zijn twee soorten vezels: oplosbare en onoplosbare. De meeste planten bevatten beide soorten.

Oplosbare vezels

Oplosbare vezels of fermenteerbare voedingsvezels nemen water op tijdens hun reis door het darmstelsel, hierbij zwellen ze op en vormen een dikke brij. Deze brij houdt een deel van de voedingsstoffen vast zodat die langzamer worden opgenomen. Dit verkleint de kans op zwaarlijvigheid en diabetes. Deze ingedikte brij houdt ook het cholesterol uit de gal vast, waardoor er minder van opnieuw wordt opgenomen en het cholesterolgehalte dus wordt verlaagd.
Doordat water wordt vastgehouden is de ontlasting soepel en niet te droog.

Nog een belangrijke taak van oplosbare vezels is het voeden van de goede bacterieën van de darmflora. Dit gebeurt in de karteldarm. Voedsel dat veel oplosbare vezels bevat is dus prebiotisch.

Goede bronnen van oplosbare vezels zijn: artisjokken, ui, knoflook, banaan, haver, noten, erwten, bonen, appels en blauwe bessen.

Onoplosbare vezels

Onoplosbare vezels of niet-fermenteerbare voedingsvezels nemen geen water op, ze worden dus geen brij en verteren helemaal niet. Ze nemen wel ruimte in zodat het hongergevoel, en dus de eetlust, vermindert. Ze bevatten geen opneembare calorieën en zijn dus heel geschikt voor mensen die af willen vallen.

Goede bronnen van onoplosbare vezels zijn: volkorenproducten (brood, pasta, granen), couscous, wortels, komkommers en zemelen.