Voedselencyclopedie

inhoud

Recept: dahl, basisrecept

Rode linzen1

Dahl, daal of dal is een dikke linzensaus uit de Indiase keuken. In Tibet, Nepal en andere landen worden soortgelijke schotels met linzen ook veel gegeten.
Voor dit gerecht worden meestal rode of gele (split) linzen gebruikt omdat die bij het koken uit elkaar vallen. De rode meer dan de gele.

Onderstaan recept is een simpel basisrecept. Er zijn zeer veel varianten van deze schotel.

Ingrediënten (voor 2 personen)

- olie om in te bakken
- 1 ui, in ringen of stukjes gesneden
- stukje gemberwortel van ongeveer 2 cm, geschild
- 1 teen knoflook
- 1/2 theelepel chilipoeder
- theelepel gemalen koriander
- theelepel kurkuma
- linzen (ongeveer 100 gram, ongekookt)
- water
- eventueel zout en peper

Bereiding

Spoel de linzen een paar keer goed uit en zorg dat er geen steentjes meer tussen zitten.

Fruit de ui in de olie tot ze glazig is. Voeg dan de knoflook, gember en de kruiden toe. Zowel de knoflook als de gember kunnen door de knoflookpers.
Roer dit een paar minuten door en doe dan de linzen erbij. Voeg genoeg water toe tot alles net onder staat.
Breng aan de kook en laat ongeveer 20 à 30 minuten sudderen met het deksel op de pan. Het moet een soort dikke, bijna droge soep lijken.

Proeven en eventueel zout en peper toevoegen.

Serveersuggestie

Dahl kan gegeten worden bij een curry en/of met een chapati en yofuknoflooksaus.

Vezels

categorieën: Brood, Gezond voedsel, lichaam, Over gewicht

nielsgroenten

Vezels, ook wel ruwe vezels of voedingsvezels genoemd, zijn altijd afkomstig van plantaardige voeding. Het zijn de koolhydraten die je niet kunt verteren, ze hebben dan ook geen voedingswaarde. Wat niet wil zeggen dat ze geen waarde hebben. Dat hebben ze juist wel. Door het eten van vezels ontstaat er meer ontlasting en het voedsel gaat sneller door je lichaam, daarom is er dus ook meer mogelijkheid om giftige stoffen af te voeren.
Waarschijnlijk verlaagt het eten van voldoende vezels (planten) het risico op darmkanker, zwaarlijvigheid, hartaandoeningen, darmziekten, aambeien, spastische darm, diabetes en meer vervelende ziekten en aandoeningen.

Het aanbevolen minimum aan vezels dat iemand dagelijks binnen zou moeten krijgen is 18 gram. Beter is het om meer te nemen.

Er zijn twee soorten vezels: oplosbare en onoplosbare. De meeste planten bevatten beide soorten.

Oplosbare vezels

Oplosbare vezels of fermenteerbare voedingsvezels nemen water op tijdens hun reis door het darmstelsel, hierbij zwellen ze op en vormen een dikke brij. Deze brij houdt een deel van de voedingsstoffen vast zodat die langzamer worden opgenomen. Dit verkleint de kans op zwaarlijvigheid en diabetes. Deze ingedikte brij houdt ook het cholesterol uit de gal vast, waardoor er minder van opnieuw wordt opgenomen en het cholesterolgehalte dus wordt verlaagd.
Doordat water wordt vastgehouden is de ontlasting soepel en niet te droog.

Nog een belangrijke taak van oplosbare vezels is het voeden van de goede bacterieën van de darmflora. Dit gebeurt in de karteldarm. Voedsel dat veel oplosbare vezels bevat is dus prebiotisch.

Goede bronnen van oplosbare vezels zijn: artisjokken, ui, knoflook, banaan, haver, noten, erwten, bonen, appels en blauwe bessen.

Onoplosbare vezels

Onoplosbare vezels of niet-fermenteerbare voedingsvezels nemen geen water op, ze worden dus geen brij en verteren helemaal niet. Ze nemen wel ruimte in zodat het hongergevoel, en dus de eetlust, vermindert. Ze bevatten geen opneembare calorieën en zijn dus heel geschikt voor mensen die af willen vallen.

Goede bronnen van onoplosbare vezels zijn: volkorenproducten (brood, pasta, granen), couscous, wortels, komkommers en zemelen.