Voedselencyclopedie

inhoud

Recept: pasta met pompoensaus

Pompoen1

Pasta wordt meestal gegeten met een tomaten- en/of groentesaus, het kan ook anders. Met pompoensaus bijvoorbeeld.

Ingrediënten

voor de pompoensaus:
pompoen
olijfolie
sjalot of bosui
knoflook
kerriepoeder
kurkuma
koriander
gember vers (eventueel)
bouillon
shoyu (zoute sojasaus)
water
pindakaas en/of sambal

Pasta

Bereiding

Elke soort pompoen is hiervoor geschikt. De groene is wat zoeter dan de oranje en de butternut. De oranje hoeft niet geschild maar alleen geborsteld te worden. Tenzij die al heel lang geleden geoogst is, de schil kan dan wat taai en bitter worden. De groene pompoen en de butternut wel schillen.

Met een lepel de pitten verwijderen. Deze kan je drogen en pellen. Een lastig karweitje, maar ze zijn erg lekker en gezond.

In de pan een beetje olijfolie verwarmen en hierin heel fijn gesnipperde sjalot of bosui en uitgeperste knoflook doen. Goed blijven roeren zodat de knoflook niet aanbrandt. Kerriepoeder, kurkuma, koriander en eventueel wat heel klein gesneden verse gember toevoegen.
Snijd de pompoen in kleine stukken. Doe deze in de pan en voeg water toe. De pompoen mag onder water staan.

Voeg bouillon en een scheutje shoyu toe en laat aan de kook komen. Tijdens het koken regelmatig roeren, zodat de pompoen stuk gaat en de saus zacht en romig wordt. Eventueel meer water toevoegen.
Op het laatst kan er naar smaak pindakaas en/of sambal toegevoegd worden.

De pasta koken volgens voorschrift. Als deze gaar is kan hij door de saus gemengd worden. Ze kunnen ook apart op het bord opgediend worden.

Let op: in sambal zit vaak suiker en vaak ook iets van garnalen of visextract.

Vezels

categorieën: Brood, Gezond voedsel, lichaam, Over gewicht

nielsgroenten

Vezels, ook wel ruwe vezels of voedingsvezels genoemd, zijn altijd afkomstig van plantaardige voeding. Het zijn de koolhydraten die je niet kunt verteren, ze hebben dan ook geen voedingswaarde. Wat niet wil zeggen dat ze geen waarde hebben. Dat hebben ze juist wel. Door het eten van vezels ontstaat er meer ontlasting en het voedsel gaat sneller door je lichaam, daarom is er dus ook meer mogelijkheid om giftige stoffen af te voeren.
Waarschijnlijk verlaagt het eten van voldoende vezels (planten) het risico op darmkanker, zwaarlijvigheid, hartaandoeningen, darmziekten, aambeien, spastische darm, diabetes en meer vervelende ziekten en aandoeningen.

Het aanbevolen minimum aan vezels dat iemand dagelijks binnen zou moeten krijgen is 18 gram. Beter is het om meer te nemen.

Er zijn twee soorten vezels: oplosbare en onoplosbare. De meeste planten bevatten beide soorten.

Oplosbare vezels

Oplosbare vezels of fermenteerbare voedingsvezels nemen water op tijdens hun reis door het darmstelsel, hierbij zwellen ze op en vormen een dikke brij. Deze brij houdt een deel van de voedingsstoffen vast zodat die langzamer worden opgenomen. Dit verkleint de kans op zwaarlijvigheid en diabetes. Deze ingedikte brij houdt ook het cholesterol uit de gal vast, waardoor er minder van opnieuw wordt opgenomen en het cholesterolgehalte dus wordt verlaagd.
Doordat water wordt vastgehouden is de ontlasting soepel en niet te droog.

Nog een belangrijke taak van oplosbare vezels is het voeden van de goede bacterieën van de darmflora. Dit gebeurt in de karteldarm. Voedsel dat veel oplosbare vezels bevat is dus prebiotisch.

Goede bronnen van oplosbare vezels zijn: artisjokken, ui, knoflook, banaan, haver, noten, erwten, bonen, appels en blauwe bessen.

Onoplosbare vezels

Onoplosbare vezels of niet-fermenteerbare voedingsvezels nemen geen water op, ze worden dus geen brij en verteren helemaal niet. Ze nemen wel ruimte in zodat het hongergevoel, en dus de eetlust, vermindert. Ze bevatten geen opneembare calorieën en zijn dus heel geschikt voor mensen die af willen vallen.

Goede bronnen van onoplosbare vezels zijn: volkorenproducten (brood, pasta, granen), couscous, wortels, komkommers en zemelen.