Glykemische index
Categorieën: Producten, Gezondheid algemeen, Lichaam
Als je pure
suiker (
glucose) eet wordt het heel snel omgezet in bloedglucose, je bloedsuikerspiegel stijgt en er moet veel insuline aangemaakt worden door de alvleesklier om het teveel aan
glucose om te zetten in glykogeen. Dit laatste wordt opgeslagen in spieren en lever als reserve.
Hoe sneller dit gebeurt, hoe hoger de glykemische index (GI) is van een
product.
Complexe
koolhydraten zoals zetmelen, volkoren
granen bv., worden veel trager afgebroken. Er hoeft minder insuline te worden geproduceerd en dus minder opgeslagen te worden.
Glucose uit dit soort
producten komt vrij met ongeveer de snelheid waarmee het
lichaam het nodig heeft. Deze
producten hebben dus een lage glykemische index.
Een te hoge bloedsuikerspiegel en daardoor een grote insulinereactie is schadelijk, ze leiden tot het opslaan van
calorieën tot vet, schade aan slagaders en kunnen zelfs de groei van tumoren versnellen. Het kan leiden tot insulineresistentie - wat in verband staat met
overgewicht, hoge bloeddruk, diabetes (type II) en hart- en vaatziekten.
Het is dus gezonder om
producten met een lage GI te
eten dan met een hoge. Al gaat dat lang niet altijd op omdat bv. veel zetmeelrijke groenten en
brood redelijk hoog scoren maar niet ongezond zijn. Je kan
producten met een hoge waarde ook goed combineren met
producten met een lage waarde in een maaltijd. Ook van belang is om te weten hoe hoog de waarde is - om zodoende na te gaan hoe goed je ergens op moet kauwen. Hoe meer je moet kauwen hoe lager de waarde is, hoe voedzamer het
product is en hoe minder je er waarschijnlijk van eet.
Gebruik de GI niet om te laten bepalen wat je (niet) eet. Alleen als globale richtlijn.
Glucose is de standaardwaarde 100 op de glykemische index. Alles wat lager is dan 55 wordt gezien als een lage GI. Boven de 70 is hoog. De rest is matig.
(Er is nog een andere schaal waarop niet
glucose maar witbrood op 100 staat,
glucose heeft dan de waarde 130 en alles heeft een hogere waarde. Dit wekt nog wel eens verwarring.)
Enkele andere
producten met hun GI:
- sucrose 265
- maltose 105
- glucose 100-
pastinaak 97
-
pompoen 75
- wit
brood 70
- volkoren
brood 69
-
biet 69
- zilvervliesrijst 55
- havermout 49
- appel 38
- kikkererwten 33
- fructose 25
- sojabonen 18
-
linzensoep 8
- watermeloen 7
Over het algemeen scoren
peulvruchten (behalve tuinbonen) en vers fruit laag, volkoren graanproducten matig en
gebak en andere witte
producten hoog. Groenten scoren redelijk hoog als ze veel
zetmeel bevatten, zoals wortels, aardappels en
pastinaak. Ze bevatten echter wel veel
vezels waardoor ze langzamer opgenomen worden.
De waarden zijn niet absoluut.
Het is bv. zo dat het bewerken van
producten de waarde kan verhogen of verlagen.
Aardappels bakken of frituren (patat) verhoogt de GI. En nieuwe aardappels hebben een veel lagere GI dan bv. aardappelpuree.
Bronnen:
-
The Truth About Food (Fullerton-Smith)
- Gezond
eten, Gezond zijn (Weil)
-
Het dikke afvalboek (
Wolffers)
Zie ook:
Calorie
Glucose
Suiker
The Truth About Food
Verborgen suikers
Verzadiging
Vezels
Wat je eet ben je zelf
Zwaarlijvigheid en kinderen
