Voedselencyclopedie - Klimaatverandering en de winst van lekker duurzaam voedsel



Klimaatverandering en de winst van lekker duurzaam voedsel

Categorieën: Klimaatverandering, Terzijde

Door Jan Juffermans (oktober 2009).

Zoveel mogelijk een regionale economie; voor voedsel vooral!

Niet alleen in China, maar wereldwijd groeien de consumptie en de bevolking. Doordat beide tot nu toe ongeremd groeiden, gebruiken we nu al ruim 30% meer van de aarde dan duurzaam mogelijk is. Rond 1987 werd onze aarde te klein. We zijn toen door de duurzaamheidsbarrière van de aarde geschoten (overshoot). Dat verklaart o.a. de klimaatverandering met meer natuurrampen, de afname van de biodiversiteit, de overbevissing, de kap van bossen en de toename van milieuvluchtelingen. We zijn de aarde domweg aan het uitwonen, en bijvoorbeeld de groei van de vlees- en zuivel-consumptie is een van factoren. Uit het Living Planet Report 2008 komt dan ook de waarschuwing dat, als we zo doorgaan, we in 2050 een tweede aarde nodig hebben... Werken aan duurzaamheid is dus bittere noodzaak geworden.

Voeding in het algemeen is een cruciale factor als het over duurzaamheid en klimaatverandering gaat. Voor duurzaamheid moet niet alles kleinschalig gaan gebeuren. Het is een zoeken naar de optimale schaal, qua vervoer, energiegebruik, productiemogelijkheden, mineralenkringloop en vele andere aspecten. Een bakker in een dorp is slimmer dan allemaal zelf brood gaan bakken. En niet elke gemeente moet een hoogoven gaan bouwen.

Kringen van zelfvoorziening
Voor een duurzame economie kunnen we denken in kringen van zelfvoorziening, waarbij elk product een andere optimale kring zal krijgen. Bijvoorbeeld de (relatief) zware aardappelen kunnen het beste in de directe omgeving van de consumptie geteeld worden. Maar kruiden als kaneel en nootmuskaat groeien hier niet, zijn licht, we gebruiken er relatief weinig van, en ze kunnen per schip vervoerd worden. Maar hierbij is ook de vraag aan de orde hoeveel beslag we leggen op landbouwgrond elders (een fair share voor iedereen?) en of er sprake is van duurzame productie en dus een gesloten kringloop van de voedingsstoffen. Vooral voor voedsel zullen we daarom veel meer een regionale zelfvoorziening moeten nastreven.

Duurzame voeding in 8 punten
Als sinds de jaren ‘70 heeft De Kleine Aarde richtlijnen voor een gezond en milieuvriendelijk voedselpakket, in mondiaal perspectief. Die punten zijn nu actueler dan ooit, want het blijkt ook een klimaatvriendelijk voedselpakket te zijn. De Kleine Aarde kwam toen ook met de eigen Schijf van Vier, met als opmerkelijk punt dat er geen vlees in staat. In een recente folder staan nu de 8 punten van De Kleine Aarde voor een duurzame voeding, ook te vinden op de speciale site www.voedselvoetafdruk.nl, waar je via vragen over je eigen voedselkeuzes je Voedselvoetafdruk kunt meten. Je meet dan de ruimte en de energie die nodig is voor de manier waarop je gemiddeld eet. De huidige 8 punten worden tegenwoordig gepresenteerd onder de titel ‘Het Lekkere en Duurzame Menu van De Kleine Aarde’.

Er zijn maar liefst vijf waardevolle motieven om te kiezen voor een duurzaam menu: klimaat en milieu, een eerlijke voedselverdeling, dierenwelzijn en ook je eigen gezondheid. Je vindt niet makkelijk iets anders waarmee je zoveel positief resultaat kan scoren! Met een bewust eetpatroon kunnen we dus ook bijdragen aan meer mondiale en regionale duurzaamheid.

1. Meer plantaardig, minder vlees en zuivel
Bij de omzetting van plantaardig voedsel naar dierlijk voedsel gaan veel eiwitten en energie verloren. De invloed op het milieu van een vegetarisch dieet is slechts eenderde van het normale westerse eetpatroon. Bovendien blijkt een meer vegetarisch dieet heel gezond te zijn. Vlees en zuivel zijn mondiaal verantwoordelijk voor ruim 12 tot 18% van de broeikasgasemissies (ten opzichte van 13,5% voor verkeer en vervoer). De Mondiale Voetafdruk van een kilo kaas is gemiddeld ongeveer 25 m² en van een kilo vlees gemiddeld ongeveer 35 m².

2. Biologisch betekent grote meerwaarde
De biologische landbouwmethode besteedt veel aandacht aan de samenhang tussen plant, dier, mens en omgeving. Er worden geen chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest gebruikt. De veeteelt is grondgebonden en hecht veel belang aan dierenwelzijn. Genetische manipulatie is in de biologische landbouw niet toegestaan, want in de genetische variatie en rijke biodiversiteit zit de kracht van een gezond landbouw-ecosysteem. De biologische landbouw heeft door haar milieugerichte werkwijze tevens een veel lager energiegebruik. Kies daarom voor producten met een EKO-keurmerk, met een 20% kleinere Voedselvoetafdruk.

3. Hoe dichterbij hoe beter
Nadat het ‘primaire’ voedsel in de landbouw geproduceerd is, gaat ons voedsel vaak nog een lange weg voor het daadwerkelijk wordt gegeten. Er wordt letterlijk een grote afstand afgelegd voordat het voedsel bij de consument terecht komt (voedselkilometers), waardoor er ook geen kringloop van de voedingsstoffen kan plaatsvinden. Daarnaast ondergaan de producten een lange weg voor verwerken en verpakken. Door allerlei tussenstappen in de distributie uit te schakelen en te kiezen voor regionale markten, bespaar je op voedselkilometers en versterk je de regionale economie.

4. Vers, onbewerkt en volwaardig
Het bewerken en langer houdbaar maken, verpakken en het eventueel koelen en diepvriezen kost allemaal veel energie. Onbewerkt volwaardig voedsel heeft weinig verwerking ondergaan, is gezond en behoudt haar natuurlijke smaak en voedingstoffen.

5. Van het seizoen
Varieer en leef met de seizoenen mee, koop vooral wat in je eigen regio groeit en bloeit. De keuze voor seizoensproducten zorgt voor lekkere variatie. Gebruik een groente- en fruitkalender om te weten wat er elke maand vers van het land komt. Daarnaast zijn bewaargroenten en -fruit uit Nederland (peen, uien, aardappels, appels en peren etc.) een prima aanvulling wanneer het seizoen wat minder te bieden heeft.

6. Kook en koop op maat, voorkom zo verspilling
Wist je dat gemiddeld zo’n 10% van het eten dat we kopen weggegooid wordt? De winkelwaarde hiervan is 125,- euro per persoon. Zonde toch! Kook en koop dus op maat, en bespaar met gemak veel kosten en energie.

7. Let op verpakkingen
Verse producten hebben geen of minder verpakking nodig. Kies voor grootverpakkingen in plaats van kleine porties. Biologische producten worden vaak verpakt in biologisch afbreekbare verpakkingen.

8. Betaal een eerlijke prijs
In een eerlijke prijs zijn externe kosten (milieu, dierenwelzijn, dier- en volksgezondheid) en externe voordelen (een mooi landschap) verwerkt en worden de kosten niet op anderen afgewenteld (toekomstige generaties, de belastingbetaler, het milieu, dierenleed, de derde wereld etc.). Dit verklaart ook het huidige prijsverschil tussen gangbare en biologische producten. Kies voor EKO en Fair Trade om er zeker van te zijn dat externe kosten niet worden afgewenteld. Fair Trade dus niet alleen met landen en producenten ver weg, maar ook met de boeren en tuinders in onze eigen regio.

Lifestock’s Long Shadow
Van de genoemde 8 punten is met name het eerste punt van groot belang voor het klimaatbeleid. Dat is extra duidelijk geworden door het rapport van de Food and Agriculture Organization (FAO) ‘Lifestock’s Long Shadow’
(2006), waaruit naar voren kwam dat de dierlijke sector, dus de mondiale productie van vlees en zuivel, verantwoordelijk is voor maar liefst 18 % van de door de mens veroorzaakte klimaatverandering. Naast dat klimaatpunt zijn er nog 12 andere redenen voor de keuze van een onsje minder vlees en zuivel. Gelukkig krijgt vlees tegenwoordig al de nodige aandacht (bijv. ook Oxfam/Novib en het Wereld Natuur Fonds pleiten nu voor minder vlees), maar zuivel wordt nog vaak vergeten. Ook kaas heeft een relatief grote voetafdruk.

Een onsje minder vlees én zuivel
Marianne Thieme gooide met de film ‘Meat the Truth’ over vlees de knuppel in hokken en stallen. Zij baseerde haar film op de gegevens uit het FAO-rapport. Maar helaas blijft in deze film de zuivel onbelicht. Over deze zaken moet flink gediscussieerd worden. Het is overduidelijk dat voor een goed klimaatbeleid de productie en consumptie van dierlijke producten drastisch verminderd zal moeten worden. Behalve klimaat zijn er overigens nog wel wat meer argumenten om een onsje minder vlees én zuivel te gebruiken.

1. De MondialeVoetafdruk. Vlees heeft van alle voedingsmiddelen veruit de grootste voetafdruk (zie de scan op www.voedselvoetafdruk.nl ). Dat heeft te maken met de vele miljoenen hectares veevoer, de productie van kunstmest en bestrijdingsmiddelen, en energie voor o.a. vervoer en koeling. Ook zuivelproducten hebben een forse voetafdruk, en we gebruiken er vele kilo’s van.

2. Gezondheid & kwantiteit. Volgens diverse deskundigen en de Gezondheidsraad ligt het gebruik van dierlijke producten, o.a. vanwege het verkeerde vet en cholesterol, op een ongezond hoog niveau. Welvaartsziekten worden ermee in verband gebracht. Een halvering zou heel gezond zijn. Dat geldt voor heel Europa, en zeker voor Noord-Amerika.

3. Gezondheid & kwaliteit. Er wordt gesjoemeld met veevoer en medicijnen. Mengvoeders blijken een ‘ideale’ dumpplek voor verdachte (afval)-stoffen.

4. Gezondheid & gentech. Vooral grootschalige producenten van veevoer, zoals granen en soja, stappen over op genetisch gemanipuleerd zaaigoed. Over de effecten daarvan op mensen, dieren en de ecosystemen bestaat grote onzekerheid.

5. Voordeliger. Door minder vlees te eten kun je aardig wat geld uitsparen. Vervanging door andere producten is niet nodig; we komen niet snel eiwit te kort. Vleesvervangers zijn tegenwoordig volop verkrijgbaar. Zonder zuivel hebben ze de kleinste voetafdruk.

6. Derde Wereld. De productie van veevoer voor ‘onze’ beesten concurreert - net als biomassa voor energie - met de productie van voedsel voor de lokale bevolking. Door de monocultuur worden bovendien vele boeren uit de landbouw gestoten en worden werkloos, waarna ze veelal in sloppenwijken terechtkomen.

7. (Drink)-water. De productie van vlees gaat gepaard met grote hoeveelheden (drink)-water. Voor één kilogram rundvlees is 16.000 liter water nodig. Een kilo graan vergt ‘slechts’ 1.150 liter water. Zie www.waterfootprint.org .

8. Kringloop. Door de eenzijdige stromen veevoer van het ene, veelal relatief arme land, naar het andere, veelal rijke land, wordt de kringloop van nutriënten verbroken, zodat in het ene land de bodem wordt verarmd, en in het importerende land ontstaat een overschot aan mineralen (mestoverschot).

9. Verspilling. De omzetting van plantaardig eiwit naar dierlijk eiwit is een grote verspilling van voedsel. Afhankelijk van het type dier, is 3 tot 15 kilogram plantaardig eiwit nodig voor de productie van 1 kg dierlijk eiwit. Kip heeft relatief de kleinste voetafdruk, rundvlees de grootste. Varkensvlees zit ertussenin.

10. Zure stoffen. Rond de honderd miljoen ton mest wordt jaarlijks uitgepoept door de ongeveer 160 miljoen dieren die we in Nederland ‘houden’; tien per Nederlander! Uit de mest komt ammoniak vrij die schadelijk is.

11. Dierenleed. Er is nog steeds geen einde gemaakt aan het dierenleed in de bio-industrie. De beesten hebben er een belabberd leven in veel te kleine hokken en kunnen daar onmogelijk hun soorteigen gedrag vertonen.

12. De boer. Last but not least is ook de serieuze boer niet gebaat bij massaproductie van vlees en zuivel voor een anonieme markt, waarbij de kwantiteit belangrijker is dan de kwaliteit.

De conclusie is duidelijk: minder vlees en zuivel is beter voor alles en iedereen. Mijn advies is daarom: minder en beter, liefst van biologische kwaliteit.

Regionale voedselvoorziening
In de richtlijnen van De Kleine Aarde staat sinds ongeveer 1975 ook het punt van een regionale voedselvoorziening. Want toen al werd er steeds meer over de wereld gesleept met bijvoorbeeld voedingsmiddelen en veevoer. Een beroemd onderzoek in dit verband is van Stefanie Boge van het Wupertal Instituut in Duitsland. Ze keek naar alle afstanden die werden afgelegd voor een toetje: een potje aardbeienyoghurt met etiket en dekseltje. Ze kwam uit op ruim 8.000 km. Achteraf bleek ze echter 24.000 km te zijn vergeten, namelijk voor de soja voor de koeien en het bauxiet voor het aluminium dekseltje, beide uit Brazilie ingevoerd. Dus het totaal kwam uit op ruim 32.000 km.
Onlangs is dit punt via een onderzoek van prof. Jules Pretty (University of Essex, UK) nog eens opmerkelijk bevestigd. De foodmiles of voedselkilometers, ofwel de vervoersafstanden tussen productie en consumptie, blijken nu voor het Verenigd Koninkrijk een van de belangrijkste milieu- en klimaatfactoren te zijn bij voeding.

Londen voert een voedselbeleid
In bijvoorbeeld China waren de steden met hun directe omgeving tot voor kort, net als in vele andere traditionele culturen, voor een groot deel, tot meer dan 80%, zelfvoorzienend. In ‘moderne’ steden is door de globalisering de situatie echter volkomen uit de hand gelopen. Het voedsel komt tegenwoordig voor een groot deel uit alle hoeken op aarde. Voor Groot London is die situatie een paar jaar geleden in kaart gebracht via een groot onderzoek naar de mondiale ecologische voetafdruk van deze stad. Daaruit kwam naar voren dat zelfs 81% van het voedsel van buiten het Verenigd Koninkrijk kwam! Dus de Britse boeren hadden daar nauwelijks meer een afzetgebied. Zie voor het onderzoek www.citylimitslondon.com . Nu, een paar jaar later, is er sprake van een uniek ‘Mayor’s Food Programme’ (van burgemeester Ken Livingstone), en begin 2007 werd er een internationale conferentie over gehouden, waar ook de gemeente Amsterdam bij aanwezig was, onder anderen Marijke Vos, de Milieuwethouder. Want ook in Amsterdam wordt nu gestreefd naar een meer regionale voedselvoorziening. Al oudere voorbeelden zijn de stad Mikkeli in Finland en Davis in Californie. In de publicatie ‘Naar een grenzeloos duurzame gemeente’ van Thijs de la Court, wordt (ook) een aantal beleidsvoorstellen gedaan voor een lokaal voedselbeleid. Gratis te dowloaden van www.voetenbank.nl, via Rapporten gemeenten.

De vervuiler moet gaan betalen
De Kleine Aarde stond aan de wieg van de biologische boerenmarkten in Nederland. Niet zonder reden, want directe verkoop van (verse) biologische producten uit de regio levert veruit de kleinste Mondiale Voetafdruk. Het is de optimale schaal, want met een markt voorkom je dat de mensen hun producten (met de auto?) zelf bij diverse boeren thuis gaan kopen. Het plan voor boerenmarkten ontstond mede onder de druk van de oneerlijke concurrentie, want in de landbouw betaalt de vervuiler niet. Al sinds het Berenschot-rapport hierover (1989) is duidelijk dat biologische producten het op de vrije markt zouden winnen, indien de vervuiler echt zou betalen. Vervoer en de daarmee samenhangende CO2-uitstoot is maar één van de factoren. Als in de landbouw en de energie-sector de vervuiler echt zou betalen, dan zouden biologische en streek-producten de andere producten gewoon uit de markt prijzen. De politiek moet dus vooral snel zorgen voor een level playing field, om te beginnen in de landbouw en voor de energieproductie. Het recente klimaatrapport van Wereldbank-econoom N. Stern geeft daar alle aanleiding toe.

De vervuiler betaalt nog niet
Om handel, hoewel het een middel is, wel zo effectief en maatschappelijk verantwoord mogelijk te maken, moeten overheden eerst en vooral zorgen dat er eerlijke competitie plaatsvindt, dus zonder afwenteling van milieukosten en sociale kosten, regionaal maar ook internationaal. De huidige mondiale afwenteling op mensen elders in de wereld, op het milieu en op mensen in de toekomst, moet door de VN onderkend worden als schadelijk en als oneerlijke concurrentie. Wellicht moet daarvoor de huidige WTO omgebouwd worden tot een STO (Sustainable Trade Organization). In Nederland is de landbouw een goed voorbeeld; we weten uit een rapport van Bureau Berenschot uit 1989 dat biologische producten de gangbare producten zelfs uit de markt zouden prijzen, indien de vervuiler echt zou betalen. Duurzame handel kan dus bijdragen aan duurzame ontwikkeling.

Links:



links

Idee en teksten, permacultuur advies en ontwerp van eetbare tuinen

Mirjam Vaes

Ondersteuning en advies

GreenWish

Schrijverij en uitgeverij

De Zeepkist

Twitter

follow me but make up your own mind ; )

Webdesign

Jan den Besten